In 1880 wonen er nog 2353 mensen op het eiland maar vlak voor het uitbreken van de oorlog is het aantal tot beneden de 2000 gedaald. Wie geen emplooi kon vinden in de landbouw trok op jonge leeftijd naar zee. Veel jonggehuwden vertrokken naar elders. Vooral Amsterdam en de Zaanstreek maar ook Rotterdam waren in trek als woonplaats. Dit hield natuurlijk verband met scheepvaart.

De landbouw kwam langzaam op gang. Op het eiland waren meer dan 200 boerenbedrijfjes waarvan de meesten slechts enkele hectaren grond in gebruik hadden.

Met 10 hectare in bezit of pacht had je al een flink bedrijf. Hoge lasten en slechte opbrengsten maakten het moeilijk en dikwijls werd er van alles gedaan om wat bij te verdienen

De jaren voor de oorlog waren net als elders in ons land moeizame jaren voor de bewoners van het eiland. De crisisjaren waren sterk voelbaar. Het aantal inwoners liep door vertrek naar elders fors terug. Het opkomend toerisme ontwikkelde zich langzaam, maar zou de oorlog geheel tot stilstand komen.